van de Hoed
de Rand
en de Kapstok
 Rotterdamse
:Improvisatie
 Poel

 
projectleider: Hans Pattist
 
 

Centraal in dit project staat de kapstok. Aan de 'kapstok' hangt een aantal thema’s, gekozen uit verschillende aan jazz verwante muziekstijlen. Om de kapstok heen is de vrije ruimte. Gebruikelijk is dat de 'kapstok' een dwingend thema voorschrijft, eerst wordt het thema gespeeld als motief voor improvisatie. Na de improvisatie wordt het stuk dan meestal met het spelen van het thema beeïndigd. In de opzet van dit project is een thema een 'tijdelijke verblijfplaats' en geen uitgangspunt. De weg naar een thema moet vanuit de vrije ruimte via vrije groepsimprovisatie gevonden worden. 

Welk thema zou kunnen passen bij de ontstane sfeer van de vrije improvisatie wordt door de individuele muzikanten bepaald. Dat kan aangegeven worden aan de overige deelnemers door het inbrengen van kenmerkende elementen van het gekozen thema, een ritmisch figuur, een flard  van een melodielijn een baslijn, een interval of iets dergelijks. 

Het is de improvisatie die voor een groot deel bepaalt hoe het thema gespeeld gaat worden, d.w.z. in welk tempo, met welke opvatting en in welke stijl en sfeer. Degene die de keuze voor het thema maakt is verantwoordelijk voor de fase waarin naar het thema toe gespeeld wordt en geeft met duidelijk cues aan waar het thema wordt ingezet. De initiatiefnemer bepaalt dus eigenlijk op welke manier welk thema gespeeld gaat worden. Deze persoon leidt de medemuzikanten in een solo naar het doel dat hem of haar voor ogen staat. Dit geeft een verrassend effect voor zowel spelers als luisteraars: het is nooit tevoren bekend hoe de thema’s gaan klinken. 

Is er een thema van de kapstok 'geplukt', dan is vanaf dat moment de toonaard van het gekozen thema bepalend voor de improvisatie die volgt, accoordenschema’s zijn niet aan de orde. Het staat de spelers vrij om daar na verloop van tijd weer vanaf te wijken en de volledige vrijheid te nemen om vervolgens een nieuwe bestemming te kiezen. Het is ook mogelijk om slechts een fragment van een thema te gebruiken om als motief van een solo- of groepsimprovisatie te gebruiken. 

Deze benaderingswijze van geimproviseerde muziek heeft vooral speelplezier als doel, grote vrijheid in het kiezen van thema’s en de opvatting daarvan. Tegelijk accepteert iedere initiatiefnemer een grote verantwoordelijkheid voor het verloop van het stuk en worden de overige deelnemers geacht zeer alert te zijn en adequaat te reageren op verrassende wendingen. Op 16 januari 2003 werd een publieke presentatie van de werkwijze gegeven, in de vorm van een concert. In deze uitvoering wisselden vrije improvisaties en duidelijk herkenbare muziekstukken elkaar vloeiend af, waarmee de werkzaamheid van het concept onderbouwd werd. Het project leent zich goed voor opvolgende uitvoeringen in de toekomst.